Komst naar Gemert

In Gemert werd iets bijzonders verricht

door Rob de Haas (Batavia 1948)


Stel je voor. In een kleine Nederlandse plattelandsgemeente van zeg 7000 zielen, vindt binnen twee jaar, een invasieplaats van zo’n 600 asielzoekers. Nu zou zo’n dorp waarschijnlijk letterlijk en figuurlijk te klein zijn. En toch is dat precies wat zonder al te grote problemen gebeurde in het gemoedelijke Brabantse Gemert van 1951-1952. Maar liefst 120 Indische KNIL-gezinnen, bestaande uit ruim 600 personen, kregen er een splinternieuwe woning. Het dorp moest daarvoor met twee grote wijken worden uitgebreid. Het inwonertal van Gemert groeide explosief met ruim 9 %. Deze vredige invasie bleef niet onopgemerkt. De landelijke pers berichtte vol lof over de wijze waarop de gemeente de opvang geregeld had. Niet dat de inburgering geheel pijnloos is verlopen, maar van noemenswaardige spanning tussen de twee bevolkingsgroepen is nooit sprake geweest. Nog steeds wonen veel Indischen van de tweede, derde en vierde generatie volledig geïntegreerd in Gemert. De eerste is er nagenoeg niet meer. Het Indië-plantsoen op de Berglaren en het Indië-monument aan de Pater van den Elsenstraat houden de herinnering aan de komst van de Indische gemeenschap levend.

 

Luchtfoto Gemert in 1950 voor de aanleg van de wijken Molenakker en Berglaren

Repatriëring

In de voormalige kolonie Nederlands-Indië komt het proces van soevereine bewustwording eind 19e, begin 20ste eeuw voorzichtig op gang. Na de Tweede Wereldoorlog is er echter geen houden meer aan. ‘Indonesië aan de Indonesiërs’ roepen Soekarno en de zijnen. Helaas gaat dit gepaard met veel en grof geweld. De onafhankelijkheid en merdeka (vrijheid) moeten met wapens op Nederland bevochten worden. Ten koste van duizenden slachtoffers. Aan weerskanten. ‘Vrijheidsstrijd’ heet het aan Indonesische kant, ‘politionele acties’ aan Nederlandse zijde. Prestige en grote ego’s bepalen de agenda van een desastreuze politiek. Als regeringen bakkeleien delven de onderdanen het onderspit. Meer dan driehonderdduizend Nederlanders en Indische Nederlanders zijn gedwongen hun moederland voorgoed te verlaten. Ze hebben weinig keus, ook al probeert de Nederlandse regering hen anders te doen geloven. Repatrianten worden ze genoemd. Mensen die terugkeren naar hun vaderland. Het gros is nog nooit in het koude ‘patria’ geweest.

Opvang

Op zo’n grote vloot vluchtelingen is Nederland niet berekend. De ontheemden worden opgevangen in kampen, waaronder die van Westerbork en Vught, waaruit nog maar enkele jaren geleden joden zijn weggevoerd. Nood kent geen scrupules. Contractpensions en hotels dienen zich bij bosjes aan. Aan ellende valt immers een aardige stuiver te verdienen. Degenen die geluk hebben, kunnen bij familie terecht. Als je het geluk wilt noemen, want de Nederlanders zijn over het algemeen maar klein behuisd. Behelpen is het.

De Nederlandse regering doet meermalen een dringend beroep op gemeenten en provincies om woningen beschikbaar te stellen voor de Indische landgenoten. Pas als minister In ’t Veld in 1950 met een stimuleringsplan voor de woningbouw op de proppen komt, reageren de lokale overheden schoorvoetend. De toezegging dat voor elke woning, die aan een Indische repatriant gegeven wordt, er een gebouwd mag worden voor de eigen inwoners en daarbovenop nog eens 25 % extra, trekt een aantal gemeenten over de streep.

Gemert

Het bestuur van de Brabantse Peelgemeente Gemert had er wel oren naar. Met die extra huizen kan de ernstige woningnood voor een belangrijk deel worden gelenigd. Te veel Gemertenaren leven in krotten, in schuren, in onbewoonbaar verklaarde woningen.

Speciale uitgave van de gemeentegids van Gemert voor de Indische nieuwkomers

 

Tientallen jonge, getrouwde stellen wonen in bij hun ouders. Niet zelden ook met kleine kinderen. Een onhoudbare situatie. Dus stelt het college van burgemeester en wethouders een ambitieus plan op. Het wil aan 120 KNIL-gezinnen wel onderdak bieden. De commandanten van de nabijgelegen vliegveld Volkel en Eindhoven zoeken woongelegenheid voor militair personeel. Gemert ligt precies tussen beide luchtmachtbases in. De rekensom is gauw gemaakt. Voor militairen geldt echter een lager percentage (12 %). Dus 120 woningen voor Indische militairen en 132 woningen voor Gemertse burgers. Dat zet tenminste zoden aan de dijk.

Indische militairen van de luchtbasis Volkel

Voordeel middenstand

In een besloten raadsvergadering eind 1950 praat burgemeester De Bekker als Brugman om de raad over de streep te trekken. Hij wijst op de morele plicht om de Indische bevolkingsgroep te helpen. “In de achter ons liggende jaren hebben deze mensen in erbarmelijke omstandigheden geleefd, vooral ten tijde van de Japanse bezetting van Indonesië toen ze allen in de beruchte kampen moesten verblijven, waar de toestanden veel erger waren dan destijds in de kampen van onze Duitse bezetters in Vught en Amersfoort. Have en goed hebben ze verloren en komen volkomen berooid hier aan.”

Burgemeester De Bekker van Gemert in 1950

De burgervader heeft nog zwaarwegender argumenten. Materiële weliswaar, maar toch. De Indische gezinshoofden hebben allemaal een dienstverband met het Ministerie van Oorlog. Zij zijn dus geen concurrenten op de krappe arbeidsmarkt. Wat nog veel belangrijker is: zij hebben een vast salaris en dat gaan zij vooral lokaal besteden. Dat is mooi voor de Gemertse winkeliers. En wat goed is voor de middenstand, is goed voor Gemert. De detailhandel weet ook heel goed, dat de Indischen niets meer bezitten. Zij zijn ervan op de hoogte, dat zij daarom een lening krijgen om een huis in te richten en de noodzakelijke kleding te kopen. Een flink bedrag ineens variërend van 1400 tot 3600 gulden afhankelijk van de grootte van het gezin. Als zij het slim aanpakken en eendrachtig samenwerken, zullen de Indischen vast en zeker hun spullen bij de plaatselijke middenstand kopen. Tel uit je winst!

Gemert: Gerarduskerk in aanbouw

Katholiek

De raadsleden hebben wel oren naar gemeentelijk koopkrachtstijging, maar ze hebben ook de nodige bedenkingen. Vreemde mensen brengen vreemde gewoontes mee en zijn ze allemaal wel katholiek? De burgemeester over de Indische nieuwkomers: “Ze zijn beschaafd, over het algemeen goed ontwikkeld, doch enigszins terughoudend en bescheiden. Men moet hen echter niet beschouwen als ‘bruine broeders’, want ze voelen zich volbloed Nederlanders en wellicht zelfs nog meer dan wij”. Hij zal zijn best doen om alleen katholieke Indischen naar Gemert te krijgen, maar garanderen kan De Bekker niets. Men hoeft zich overigens geen zorgen te maken, want er zal een aalmoezenier meekomen en een extra maatschappelijk werkster op ’s rijks kosten.

 

Gemert: nieuwbouwwijk Berglaren in aanbouw

Eerste Indischen
De raad gaat overstag. Als een van de eerste gemeenten in Nederland en de allereerste in de provincie Noord-Brabant ontvangt Gemert de bouwvergunning. In februari 1951 komen de eerste tien KNIL-gezinnen in de Wassenaarstraat op de Molenakker te wonen. In een splinternieuwe wijk bestaande uit rijtjeshuizen. Lange blokken arbeiderswoningen ontworpen door gemeenteambtenaar Spildoorn. Op 19 februari ontvangen de families Bommel, Dumasy, Falkenburg, Filon, Firing, De Haas, Meekelenkamp, Mezach, Van Muijen en Van Munster de sleutel. De Gemertse middenstand heeft goed geluisterd. Nog tijdens de bouw richt zij drie modelwoningen compleet in. De toekomstige Indische inwoners gaan kijken en bepalen welke inrichting het wordt. Alles wordt uiteraard geleverd door plaatselijke bedrijven. Het leidt er wel toe, dat de inrichting bij de Indischen er overal nagenoeg hetzelfde uitziet.

 

Plaatsingsschema

Gemert: de Wassenaarstraat, typische jaren vijftig sociale woningbouw


Het college van B & W, bestaande uit burgemeester De Bekker en de wethouders Jan van Berlo en Toon Jaspers, is zich ervan bewust, dat het een grote groep mensen binnenhaalt met een heel andere culturele achtergrond. En dat niet alleen. Ze zien er ook nog anders uit. Ze zijn bruin. De meeste Gemertenaren anno 1950 hebben niet eerder kleurlingen in levende lijve gezien en er al zeker niet mee te maken gehad. Zij kennen wel de zwart-witte missiefilms van de paters van het kasteel en veronderstellen dat de repatrianten ook zo primitief zijn als de mensen onder wie de missionarissen hun werk doen.

Om problemen voor te zijn en de integratie soepel te laten verlopen, nemen B & W een aantal maatregelen. De meest opvallende is het plaatsingsschema. Gemertenaren en Indischen krijgen een huis zodanig toegewezen, dat een Indisch gezin zowel Gemertse als Indische buren heeft. Het heeft wonderwel gewerkt. Buren komen al snel bij elkaar over de vloer. Gewoon achterom. Je hoeft maar over een lage afscheidingsdraad te stappen, want hoge schuttingen bestaan nog niet. Ze gaan bij elkaar op de koffie, laten elkaars eten proeven. Moezepetazzie met worst in ruil voor nasi goreng met sambal. Voor de kinderen maakt het niet uit wie of wat de buren zijn. Verschillen in culturele achtergrond of huidskleur zijn voor hen geen thema. De jeugd speelt en ravot en vecht en vrijt met elkaar zonder aanzien des persoons.

Gemert: Indische familie bij hun nieuwe woning

Integratiebevordering

Het plaatsingsschema is één ding, maar het gemeentebestuur regelt nog meer om de inburgering te bevorderen. Er komt een speciaal comité voor de opvang van de repatrianten. Dit comité organiseert kennismakingsavonden voor de Indische inwoners. Om hen snel in hun nieuwe woonplaats wegwijs te maken stelt voorzitter Van der Velden, hoofd van de jongensschool, een gemeentegids samen met namen, adressen en telefoonnummers van winkels, bedrijven en verenigingen.

 

Gezinsverzorgsters voor de Indische nieuwkomers

Een maatschappelijk werkster geeft leiding aan een team jonge gezinsverzorgsters, dat speciaal vrij wordt gemaakt om de Indische mensen te helpen bij het voeren van de huishouding, de was doen, de Hollandse pot koken, poetsen, de kachel stoken, het aanharken van de voortuin op zaterdag en allerhande andere Nederlandse gewoontes. In de beginperiode komen zij een paar keer per week. Deze vrouwen leren als eersten de Indischen goed kennen. Zij horen de Indische verhalen uit de eerste hand. Ondanks dat de repatrianten best dankbaar zijn voor zoveel hulp, ontstaan ook de nodige frustraties en ergernissen. Vooral als de hulpverlening ook bepaalt, wat er gekocht mag worden en wat niet. Betuttelend vinden ze dat. En dat veel Gemertenaren en vooral gezagsdragers zo weinig van de Indischen weten, stelt hen erg teleur. Er zijn er zelfs die denken, dat zij in Indië in rieten hutjes hebben gewoond en in strooien rokjes hebben rondgelopen. Maar de Indischen op hun beurt kunnen er ook wat van. Menigeen kijkt wat schamper neer op het eenvoudige, in hun ogen bekrompen dorpsleven en vinden het Gemertse dialect en de wat hoekige omgangsvormen maar lomp.

Vermenging van culturen
Cultuurvorming is een dynamisch proces, ondanks dat je voor deze bewering zelfs tot in de Tweede Kamer voor knettergek kan worden verklaard. Het werkt heel eenvoudig. Mensen met een verschillende culturele achtergrond komen met elkaar in contact en nemen van elkaar gewoontes over. De Indischen leren in hun nieuwe omgeving zich anders te kleden, anders te eten, nemen andere leefgewoonten over. Ze leren het dialect te verstaan en een enkeling lukt het zelfs Gimmers te spreken. De Gemertenaren worden op hun beurt beïnvloed door Indische gebruiken. Voorbeelden te over. In de jaren vijftig van de vorige eeuw moeten katholieken ’s zondags naar de kerk. Vrouwen dienen het hoofd te bedekken met een hoedje of een doekje. De Indischen kennen die verplichting niet. De pastoor probeert hen ertoe te dwingen en weigert een vrouw met een onbedekt hoofd de communie te geven. Dat pikken de Indische vrouwen niet en zij weigeren nog langer naar de kerk te gaan. Gevolg. Na een paar weken bindt de pastoor in en laat de verplichting vallen. Weldra zijn er ook Gemertse vrouwen, die geen hoedje of doekje meer dragen.
Gemertse vriendjes komen bij hun Indische speelkameraadjes thuis en verzuimen de ouders te groeten. Als ze weg zijn, mopperen de ouders daarover tegen hun kinderen. “Wat zijn dat voor manieren?” Zij vertellen hun Gemertse vriendjes hoe het hoort en geven zelf het voorbeeld. De volgende keer worden de heer en vrouw des huizes keurig netjes goedendag gezegd.
Nog een voorbeeld. Katholieken mogen niet met protestanten omgaan. Onder de Indischen zijn echter veel protestanten. Er zijn zelfs gemengde huwelijken. Man katholiek en vrouw protestant of andersom. De vijandige houding verdwijnt al snel en er komt zelfs een protestante basisschool in Gemert. Allemaal echt gebeurd.

Bijeenkomst (kumpulan) thuis van Indischen in Gemert

Zo zijn talrijke voorbeelden te geven van wederzijdse beïnvloeding, waardoor het dagelijks dorpsleven van de jaren vijftig-zestig merkbaar veranderde. Op het gebied van omgangsvormen, eetgewoonten, religie, taalgebruik, muziek, sport en cultuur. En het is er echt niet slechter op geworden. Integendeel. Dankzij de wil van het Indische bevolkingsdeel om zich aan te passen aan de nieuwe samenleving en dankzij de acceptatie van Gemertse kant, is het integratieproces goed verlopen. Het resulteerde in een groot aantal gemengde huwelijken. In Gemert werd iets bijzonders verricht.

Indische volleybalploeg in Gemert

Indische Gemertenaren tijdens een uitstapje naar de Keukenhof


Literatuur
Robert Armand de Haas, Enkele reis Indië-Gemert. De vestiging en integratie van Indische Nederlanders in de Noord-Brabantse gemeente Gemert, Gemert 2001. Uit de reeks Bijdragen tot de geschiedenis van Gemert nr. 28. ISBN 9073621194.

 

 

Contact

Indisch Gemert Grootmeestersstraat 29,
5421 KK Gemert
info@indischgemert.nl